Baby’s onthouden meer dan u denkt! door Eva Joosten
Het korte-termijngeheugen van volwassenen is een veel onderzocht onderwerp. Dit geheugen bij baby’s is echter vrijwel onbekend terrein. Dit onderwerp werd onderzocht in een studie van Susan Rose, Judith Feldman en Jeffrey Jankowski. Zij lieten baby’s van 5, 7 en 12 maanden 1, 2, 3 of 4 verschillende speelvoorwerpen zien zodat de baby er bekend mee werd. Vervolgens werd ieder voorwerp opnieuw aangeboden samen met een voor de baby onbekend speelvoorwerp. Er werd vanuit gegaan dat baby’s meer interesse hebben voor nieuwe voorwerpen en daar dus langer naar zullen kijken. Een langere kijktijd naar het onbekende voorwerp dan naar het bekende voorwerp wil dus zeggen dat de baby het bekende voorwerp onthouden heeft. Wat bleek? De baby’s hadden meer moeite met het onthouden van 3 of 4 voorwerpen dan met het onthouden van 1 of 2 voorwerpen, het verschil hiertussen was echter minder groot voor baby’s van 12 maanden dan voor de jongere baby’s. In het eerste levensjaar neemt de geheugencapaciteit dus al enorm toe.

Bron: Rose, S. A., Feldman, J. F., & Jankowski, J. J. (2001). Visual short-term memory in the first year of life: Capacity and recency effects. Developmental Psychology, 37, 539-549.

Jonge baby’s in actie! door Marike Troch
Altijd al het idee gehad dat uw zes maanden oude baby specifieke acties, zelfs na een aantal uren, kan herhalen? U kunt wel eens gelijk hebben. De eerste beginselen van het declaratieve geheugen ontwikkelen zich reeds wanneer een baby zes maanden oud is. Althans, dat stellen twee Nieuw-Zeelandse onderzoekers. De onderzoekers demonstreerden aan de baby’s van zes- en negen maanden specifieke acties met meerdere voorwerpen. Na 24 uur werd bestudeerd of deze baby’s het eerder gedemonstreerd gedrag konden herhalen. Wat bleek? Baby’s van beide leeftijden reproduceerden zowel bij zes als bij twaalf verschillende specifieke acties en voorwerpen beduidend meer dezelfde specifieke acties dan baby’s die niet werden verrijkt met een demonstratie vooraf. In strijd met eerdere onderzoeken kunt U uw baby wel degelijk bij zes maanden dingen laten imiteren, mits met mate en met voorafgaand een duidelijke demonstratie.

Bron: Collie, R., & Hayne, H. (1999). Deferred Imitation by 6- and 9-month-Old Infants: More Evidence for Delarative Memory. New Zeeland: Wiley. J., & Sons.

Waarneming van muzikale ritmes door baby’s door Wilco Ras
Veel mensen zien baby’s als een nog niet volgroeid wezentje dat eigenlijk nog maar weinig kan. Niets is echter minder waar. Volgens een studie van Hannon en Trehub (2005) kunnen baby’s juist meer dan volwassenen. Zij onderzochten of kinderen en volwassenen ritmeveranderingen konden waarnemen van muziek van de eigen cultuur en van de complexere muziek uit de Balkan. Voor hun experiment lieten zij 64 kinderen (tussen de 6 en 7 maanden oud) en 50 volwassenen luisteren naar Amerikaanse en Balkan ritmes. Aan de hand van kijktijd naar een computerscherm dat de ritmes visueel ondersteunde werd gekeken of baby’s de ritmeveranderingen konden waarnemen. Volwassen deelnemers konden aangeven in hoeverre de muziek die zij hoorden overeenkwam met een simpel standaardritme. Uit de resultaten bleek dat volwassenen de overgang van een onbekend (Balkan) ritme naar een bekend ritme niet konden onderscheiden, terwijl de baby’s bij een ritmewisseling langer naar het scherm keken. Al zijn ze nog niet volgroeid, baby’s kunnen veel meer dan veel volwassenen denken, onderschat ze zeker niet!

Bron: Hannon, E.E., & Trehub, S.E. (2005). Metrical Catecories in Infancy and Adulthood. Psychological Science, 16, 48-55.

Hoe baby’s gezichten waarnemen door Anouk van Dijk
Herkent u het bevreemdende gevoel dat opkomt wanneer u een bekend gezicht omgekeerd ziet? Dit komt doordat volwassenen alleen rechtopstaande gezichten als 1 geheel waarnemen. Wanneer een gezicht omgekeerd is, worden kenmerken zoals ogen, neus en haar los van elkaar gezien. Uit onderzoek van Cohen en Cashon (2001) blijkt dat dit fenomeen ook bij baby’s optreedt. Baby’s die rechtopstaande foto’s van gezichten zagen, maakten onderscheid tussen een bekend gezicht en een nieuw gezicht dat was samengesteld uit kenmerken van twee bekende gezichten. Omdat de baby’s de losse kenmerken van beide gezichten al kenden, maakten ze blijkbaar onderscheid op basis van de gezichten als geheel. Baby’s die echter dezelfde foto’s omgekeerd zagen, maakten geen onderscheid tussen de gezichten. Omgekeerde gezichten worden dus ook door baby’s niet als 1 geheel waargenomen. Denkt u daar maar eens over na als u met uw gezicht over een wiegje hangt!

Bron: Cohen, L. B. & Cashon, C. H. (2001). Do 7-month-old infants process indepen-dent features or facial configurations? Infant and Child Development, 10, 83-92.

“Waar is mijn speelgoed?” door Jojanneke van Dijken
Bekend is dat kinderen al snel het verschil tussen een jongen en meisje kennen. Meisjes spelen met poppen en jongens met auto’s. Maken baby’s hier ook al een onderscheid in? Om te kijken vanaf welke leeftijd dit stereotype beeld over sekseverschillen wordt gevormd, is onderzoek gedaan naar de voorkeur voor speelgoed bij jonge kinderen van 12, 18 en 24 maanden. Er werd de kinderen een foto van een jongen of meisje getoond, waarna de vraag waar is mijn speelgoed?’ werd gesteld, en vervolgens de opdracht vind mijn speelgoed’.Hierna werd er een plaatje getoond van een pop en een voertuig. Het bleek dat zowel de jongens als de meisjes vanaf 18 maanden, langer keken naar het plaatje dat volgens de sekse-stereotypering bij de foto van de jongen of het meisje past. Het meisje kiest de lieve pop, de jongen de stoere auto…

Bron: Serbin, L.A., Poulin-Dubois, D., Colburne, K.A., Sen, M.G & Eichstedt, J.A. (2001). Gender stereotyping in infancy: visual preferences for and knowledge of gender-stereotyped toys in the second year. International Journal of Behavioral Development, 25, 7-15.

Leren van anderen door Martine Weeland
Als kinderen voor het eerst naar de basisschool gaan, wordt van ze verwacht dat ze in staat zijn gebruik te maken van de hulp van de juf of meester bij het oplossen van problemen. Vanaf welke leeftijd kunnen kinderen dat? Om deze vraag te beantwoorden lieten Amerikaanse onderzoekers baby’s van 9, 14 en 18 maanden verschillende taakjes oplossen. Steeds werd een stuk speelgoed dat zij graag wilden hebben net buiten hun bereik geplaatst, bijvoorbeeld op een meter afstand van het kind of in een doorzichtige doos die lastig te openen was. De onderzoeker hielp het kind door voor te doen hoe het bij het speeltje kon komen, maar deed dat alleen als het kind hierom vroeg door te wijzen of te reiken of als het de baby echt niet lukte. Wat bleek? Baby’s van 14 en 18 maanden gebruikten de hints van de onderzoeker om het gewenste speeltje te kunnen pakken, maar baby’s van 9 maanden niet. Ook vroegen’ de jongere baby’s minder om hulp. De onderzoekers concludeerden dat baby’s tussen 1 en 1_ jaar een nieuwe collaboratieve houding ten opzichte van anderen ontwikkelen. Deze houding wordt gezien als typisch menselijk en is essentieel voor het volgen van onderwijs.

Bron: Goubet, N., Rochat, P., Maire-Leblond, C., & Poss, S. (2006). Learning from others in 9-18-month-old infants. Infant and Child Development, 15, 161-177.

Kijk me niet zo aan! door Lisanne Hummel
Een van de redenen dat Anthony Hopkins in de film The Silence of the Lambs zo angstaanjagend is, is dat hij mensen vrijwel zonder met zijn ogen te knipperen aanstaart. Baby’s van drie maanden en zes maanden oud vinden dit al onprettig. Aan moeders werd gevraagd tussen twee periodes van normale interactie met hun baby een twee minuten durende “still face” te houden, waarbij zij een neutraal gezicht aan moesten houden terwijl zij de baby aankeken. Hierbij mochten de moeders niet bewegen, lachen, praten of hun baby aanraken. Uit de observatie bleek dat de baby’s van beide leeftijden minder lachten en hun moeder 75% minder aankeken tijdens de still face” - periode dan tijdens de normale interactie. Het ongemakkelijke gevoel dat ontstaat wanneer men door iemand aangestaard wordt, is dus ook bij kinderen aanwezig (Toda & Fogel, 1993).

Bron: Toda, S., & Fogel, A. (1993). Infant repsonse to the still- face situation at 3 and 6 months. Developmental Psychology, 29, 532- 538.

Deelnemen