Leuke resultaten uit ander onderzoek!

Babytaal bevordert taalverwerking door Nihayra Leona
“Pietie-pietie”, “slapie slapie”, “toet-toet” en “woef-woef” zijn geen toevallige babywoorden. Dat volwassen in herhaling vervallen als ze tegen baby’s praten, kan de verwerving van de moedertaal bij pasgeborenen bevorderen. Dit blijkt tenminste uit een recent onderzoek waarbij baby’s van slechts drie dagen oud simpele ABB- of ABC-woorden te horen kregen. Bij de ABB-woorden werd de tweede lettergreep van een woord herhaald (vb. “mubaba”), maar bij ABC-woorden vond geen herhaling plaats (vb. “talupi”). Bij het horen van ABB-woorden was de hersenactiviteit in de hersendelen die gemoeid zijn met de verwerking van auditieve stimuli (=temporale kwab) en taal (=linker hersendeel) groter dan bij het horen van ABC-woorden. Pasgeborenen zijn blijkbaar in staat om twee grammatica’s van elkaar te onderscheiden, maar nog belangrijker is dat ze gevoelig zijn voor herhaling. Kortom, het brein van een kind begint al zeer vroeg met taalverwerving en het spreken van babytaal kan dit bevoordelen.

Bron: Judit Gervain, J., Macagno, F., Cogoi, S, Peña, M., & Mehler, J. (2008). The neonate brain detects speech structure. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 105 (37), 14222 -14227.

Lelen taalklanken te ondelscheiden door Daphne Hes
Zoals veel Chinezen het verschil niet horen tussen de l en de r, zijn er ook klanken in het Chinees die wij niet van elkaar kunnen onderscheiden. Onderzoekers hebben aangetoond dat negen maanden oude Amerikaanse baby’s in staat zijn om klankverschillen uit de het Mandarijn te onderscheiden. De baby’s werd geleerd hun hoofd te draaien als ze een klankverschil hoorden. Na 12 sessies waarin de baby’s werden voorgelezen door een Chinees en met ze werd gespeeld, konden zij de Chinese klankverschillen net zo goed opmerken als hun Taiwanese leeftijdsgenootjes die vanaf hun geboorte Mandarijn horen. Amerikaanse baby’s tegen wie geen Mandarijn was gesproken, konden veel minder klanken onderscheiden. Sociale interactie bleek bij het leren van grote invloed te zijn: als de kinderen de 12 sessies via een DVD te zien kregen of alleen hoorden, waren zij na afloop niet in staat om meer kleine klankverschillen op te merken.

Bron: Kuhl, P. K., Tsao. F.-M, & Liu, H.-M. (2003). Foreign-language experience in infancy: Effects of short-term exposure and social interaction on phonetic learning. Proceedings of the National Academy of Science, 100, 9096-9101.

Lezen met baby’s door Charlotte Boshuisen
Voelt u zich voor gek staan wanneer u hardop een boekje voorleest aan uw baby? Mooi niet! Volgens onderzoekers van het Hong Kong Institute of Education heeft het lezen van boeken samen met de ouder een positief effect op de cognitieve ontwikkeling van een kind. De onderzoekers filmden moeders met hun baby terwijl zij samen een boek lazen. Moeders die de plaatjes in het boek benoemden, gebeurtenissen in het boek koppelden aan het dagelijks leven, vragen stelden en reageerden op de geluiden die het kind maakte, zorgden ervoor dat hun kind plezier kreeg in het lezen en een actieve rol innam in het leesproces. Volgens de onderzoekers leren kinderen hierdoor ook een actieve rol in te nemen in het opdoen van kennis en zijn zij meer gemotiveerd om te leren. De bevindingen in deze studie zijn belangrijk voor ouders, zodat zij leerprocessen bij hun kind kunnen stimuleren.

Bron: Makin, L. (2006) Literacy 8-12 months: What are babies learning? Early Years, 26, 3, 267-277.

Subtiele verandering in de omgeving maakt socialer: jonge kinderen van 18 maanden oud leren van het goede voorbeeld door Lisa van der Heijden
Een kind speelt met iemand die hij niet kent, de volwassene laat zes takjes vallen. Helpt het jonge kind? Pakt het de takjes op? Dit hangt af van de sociale stemming van een kind. Twee psychologen hebben aangetoond dat je zo’n jong kind op een subtiele, onbewuste manier in een sociale stemming kan brengen. Dit kan door de 18 maand oude kinderen foto’s te laten zien, waar op de achtergrond twee poppetjes gezellig dichtbij elkaar staan. Kinderen helpen een persoon in nood drie keer zo vaak en spontaan als ze net zo’n foto hebben gezien. Dit wordt priming genoemd, het sneller herkennen van, of reageren op een bepaalde stimulus als men deze eerder heeft waargenomen. Hierdoor wordt het gedrag van iemand op een onbewuste manier beïnvloed. Door minuscule veranderingen kunnen we het pro sociale gedrag van hele jonge kinderen verbeteren.

Bron: Over, H., & Carpenter, M. (2009). Eighteen-Month-Old Infants Show Increased Helping Following Priming With Affiliation. Psychological Science, 3, 1-5.

Kunnen baby’s tellen? door Florien Riegen
Altijd al willen weten of pasgeboren baby’s kunnen ‘tellen’? Onderzoekers Izard, Sann, Spelke en Streri hebben dit getest! Zij onderzochten 16 pasgeboren baby’s door elke baby vertrouwd te maken met een reeks lettergrepen die zij te horen kregen, bijvoorbeeld ‘tuuu-tuuu-tuuu-tuuu’. Daarna kregen ze vier plaatjes te zien. Op deze plaatjes waren óf hetzelfde aantal objecten dat op het plaatje te zien was als het aantal lettergrepen wat zij gehoord hadden óf een ander aantal objecten op het plaatje. De kijktijd van de baby’s geeft veel aan. Eerder onderzoek heeft al uitgewezen dat baby’s langer kijken naar plaatjes waarbij de geluiden matchen. Vrijwel alle baby’s keken langer naar de plaatjes die matchten met het geluid. Hieruit mag geconcludeerd worden dat de baby’s een voorkeur hebben voor het numeriek gematchte plaatje. Dit onderzoek versterkt het bewijs dat mensen al in het begin van hun leven abstract numeriek kunnen denken.

Bron: Izard, V., Sann, C., Spelke, E.S., & Streri, A. (2009). Newborn infants perceive abstract numbers (Izard et al, 2009). Proceedings of the National Academy of Sciences, 25, 10382-10385.

Grijpen naar de fles door Nikki van Meurs
Dat je geen alcohol moet drinken als je zwanger bent of borstvoeding geeft is tegenwoordig bij de meeste mensen al bekend. Nu blijkt dat je als kersverse moeder ook op een andere manier kan zorgen dat je later geen puber met alcoholprobleem krijgt. Hoe? Door borstvoeding te geven! Uit een onderzoek in Australië met 2370 baby’s blijkt dat er een verband bestaat tussen het vroeg afwennen van borstvoeding en het ontwikkelen van een alcoholprobleem op latere leeftijd. Hierbij werd gekeken hoe lang moeders borstvoeding gaven en of dit was op vaste tijden of wanneer de baby zelf aangaf honger te hebben. Wat bleek? Vooral baby’s die op vaste tijden borstvoeding kregen en na twee weken al van de borst werden gehaald, kregen in hun vroege adolescentie te maken met alcoholproblemen. Dus moeders, grijp niet naar de melkfles maar blijf wat langer borstvoeding geven, zo voorkom je dat je kind later zelf naar de fles grijpt.

Bron: Alati, R., Van Dooren, K., Najman, J.M., Williams, G.M. & Clavarino, A. (2009). Early weaning and alcohol disorders in offspring: biological effect, mediating factors or residual confounding? Addiction, 104 (8): 1324-1332.

Baby’s onthouden meer dan u denkt! door Eva Joosten
Het korte-termijngeheugen van volwassenen is een veel onderzocht onderwerp. Dit geheugen bij baby’s is echter vrijwel onbekend terrein. Dit onderwerp werd onderzocht in een studie van Susan Rose, Judith Feldman en Jeffrey Jankowski. Zij lieten baby’s van 5, 7 en 12 maanden 1, 2, 3 of 4 verschillende speelvoorwerpen zien zodat de baby er bekend mee werd. Vervolgens werd ieder voorwerp opnieuw aangeboden samen met een voor de baby onbekend speelvoorwerp. Er werd vanuit gegaan dat baby’s meer interesse hebben voor nieuwe voorwerpen en daar dus langer naar zullen kijken. Een langere kijktijd naar het onbekende voorwerp dan naar het bekende voorwerp wil dus zeggen dat de baby het bekende voorwerp onthouden heeft. Wat bleek? De baby’s hadden meer moeite met het onthouden van 3 of 4 voorwerpen dan met het onthouden van 1 of 2 voorwerpen, het verschil hiertussen was echter minder groot voor baby’s van 12 maanden dan voor de jongere baby’s. In het eerste levensjaar neemt de geheugencapaciteit dus al enorm toe.

Bron: Rose, S. A., Feldman, J. F., & Jankowski, J. J. (2001). Visual short-term memory in the first year of life: Capacity and recency effects. Developmental Psychology, 37, 539-549.

Jonge baby’s in actie! door Marike Troch
Altijd al het idee gehad dat uw zes maanden oude baby specifieke acties, zelfs na een aantal uren, kan herhalen? U kunt wel eens gelijk hebben. De eerste beginselen van het declaratieve geheugen ontwikkelen zich reeds wanneer een baby zes maanden oud is. Althans, dat stellen twee Nieuw-Zeelandse onderzoekers. De onderzoekers demonstreerden aan de baby’s van zes- en negen maanden specifieke acties met meerdere voorwerpen. Na 24 uur werd bestudeerd of deze baby’s het eerder gedemonstreerd gedrag konden herhalen. Wat bleek? Baby’s van beide leeftijden reproduceerden zowel bij zes als bij twaalf verschillende specifieke acties en voorwerpen beduidend meer dezelfde specifieke acties dan baby’s die niet werden verrijkt met een demonstratie vooraf. In strijd met eerdere onderzoeken kunt U uw baby wel degelijk bij zes maanden dingen laten imiteren, mits met mate en met voorafgaand een duidelijke demonstratie.

Bron: Collie, R., & Hayne, H. (1999). Deferred Imitation by 6- and 9-month-Old Infants: More Evidence for Delarative Memory. New Zeeland: Wiley. J., & Sons.

Waarneming van muzikale ritmes door baby’s door Wilco Ras
Veel mensen zien baby’s als een nog niet volgroeid wezentje dat eigenlijk nog maar weinig kan. Niets is echter minder waar. Volgens een studie van Hannon en Trehub (2005) kunnen baby’s juist meer dan volwassenen. Zij onderzochten of kinderen en volwassenen ritmeveranderingen konden waarnemen van muziek van de eigen cultuur en van de complexere muziek uit de Balkan. Voor hun experiment lieten zij 64 kinderen (tussen de 6 en 7 maanden oud) en 50 volwassenen luisteren naar Amerikaanse en Balkan ritmes. Aan de hand van kijktijd naar een computerscherm dat de ritmes visueel ondersteunde werd gekeken of baby’s de ritmeveranderingen konden waarnemen. Volwassen deelnemers konden aangeven in hoeverre de muziek die zij hoorden overeenkwam met een simpel standaardritme. Uit de resultaten bleek dat volwassenen de overgang van een onbekend (Balkan) ritme naar een bekend ritme niet konden onderscheiden, terwijl de baby’s bij een ritmewisseling langer naar het scherm keken. Al zijn ze nog niet volgroeid, baby’s kunnen veel meer dan veel volwassenen denken, onderschat ze zeker niet!

Bron: Hannon, E.E., & Trehub, S.E. (2005). Metrical Catecories in Infancy and Adulthood. Psychological Science, 16, 48-55.

Hoe baby’s gezichten waarnemen door Anouk van Dijk
Herkent u het bevreemdende gevoel dat opkomt wanneer u een bekend gezicht omgekeerd ziet? Dit komt doordat volwassenen alleen rechtopstaande gezichten als 1 geheel waarnemen. Wanneer een gezicht omgekeerd is, worden kenmerken zoals ogen, neus en haar los van elkaar gezien. Uit onderzoek van Cohen en Cashon (2001) blijkt dat dit fenomeen ook bij baby’s optreedt. Baby’s die rechtopstaande foto’s van gezichten zagen, maakten onderscheid tussen een bekend gezicht en een nieuw gezicht dat was samengesteld uit kenmerken van twee bekende gezichten. Omdat de baby’s de losse kenmerken van beide gezichten al kenden, maakten ze blijkbaar onderscheid op basis van de gezichten als geheel. Baby’s die echter dezelfde foto’s omgekeerd zagen, maakten geen onderscheid tussen de gezichten. Omgekeerde gezichten worden dus ook door baby’s niet als 1 geheel waargenomen. Denkt u daar maar eens over na als u met uw gezicht over een wiegje hangt!

Bron: Cohen, L. B. & Cashon, C. H. (2001). Do 7-month-old infants process indepen-dent features or facial configurations? Infant and Child Development, 10, 83-92.

“Waar is mijn speelgoed?” door Jojanneke van Dijken
Bekend is dat kinderen al snel het verschil tussen een jongen en meisje kennen. Meisjes spelen met poppen en jongens met auto’s. Maken baby’s hier ook al een onderscheid in? Om te kijken vanaf welke leeftijd dit stereotype beeld over sekseverschillen wordt gevormd, is onderzoek gedaan naar de voorkeur voor speelgoed bij jonge kinderen van 12, 18 en 24 maanden. Er werd de kinderen een foto van een jongen of meisje getoond, waarna de vraag waar is mijn speelgoed?’ werd gesteld, en vervolgens de opdracht vind mijn speelgoed’.Hierna werd er een plaatje getoond van een pop en een voertuig. Het bleek dat zowel de jongens als de meisjes vanaf 18 maanden, langer keken naar het plaatje dat volgens de sekse-stereotypering bij de foto van de jongen of het meisje past. Het meisje kiest de lieve pop, de jongen de stoere auto…

Bron: Serbin, L.A., Poulin-Dubois, D., Colburne, K.A., Sen, M.G & Eichstedt, J.A. (2001). Gender stereotyping in infancy: visual preferences for and knowledge of gender-stereotyped toys in the second year. International Journal of Behavioral Development, 25, 7-15.

Leren van anderen door Martine Weeland
Als kinderen voor het eerst naar de basisschool gaan, wordt van ze verwacht dat ze in staat zijn gebruik te maken van de hulp van de juf of meester bij het oplossen van problemen. Vanaf welke leeftijd kunnen kinderen dat? Om deze vraag te beantwoorden lieten Amerikaanse onderzoekers baby’s van 9, 14 en 18 maanden verschillende taakjes oplossen. Steeds werd een stuk speelgoed dat zij graag wilden hebben net buiten hun bereik geplaatst, bijvoorbeeld op een meter afstand van het kind of in een doorzichtige doos die lastig te openen was. De onderzoeker hielp het kind door voor te doen hoe het bij het speeltje kon komen, maar deed dat alleen als het kind hierom vroeg door te wijzen of te reiken of als het de baby echt niet lukte. Wat bleek? Baby’s van 14 en 18 maanden gebruikten de hints van de onderzoeker om het gewenste speeltje te kunnen pakken, maar baby’s van 9 maanden niet. Ook vroegen’ de jongere baby’s minder om hulp. De onderzoekers concludeerden dat baby’s tussen 1 en 1_ jaar een nieuwe collaboratieve houding ten opzichte van anderen ontwikkelen. Deze houding wordt gezien als typisch menselijk en is essentieel voor het volgen van onderwijs.

Bron: Goubet, N., Rochat, P., Maire-Leblond, C., & Poss, S. (2006). Learning from others in 9-18-month-old infants. Infant and Child Development, 15, 161-177.

Kijk me niet zo aan! door Lisanne Hummel
Een van de redenen dat Anthony Hopkins in de film The Silence of the Lambs zo angstaanjagend is, is dat hij mensen vrijwel zonder met zijn ogen te knipperen aanstaart. Baby’s van drie maanden en zes maanden oud vinden dit al onprettig. Aan moeders werd gevraagd tussen twee periodes van normale interactie met hun baby een twee minuten durende “still face” te houden, waarbij zij een neutraal gezicht aan moesten houden terwijl zij de baby aankeken. Hierbij mochten de moeders niet bewegen, lachen, praten of hun baby aanraken. Uit de observatie bleek dat de baby’s van beide leeftijden minder lachten en hun moeder 75% minder aankeken tijdens de still face” - periode dan tijdens de normale interactie. Het ongemakkelijke gevoel dat ontstaat wanneer men door iemand aangestaard wordt, is dus ook bij kinderen aanwezig (Toda & Fogel, 1993).

Bron: Toda, S., & Fogel, A. (1993). Infant repsonse to the still- face situation at 3 and 6 months. Developmental Psychology, 29, 532- 538.

Nieuwsbrief

Resultaten van recente studies vindt u in onze nieuwsbrief: Babylab Nieuwsbrief 2014

Deelnemen